Rommeldebommel
Rommeldebommel,
wat een gestommel,
hoor ik me daar op de zolder.
Rinkeldekinkel,
wat een gerinkel,
wat een geholderdebolder!
Rommeldebommel,
wat een gestommel,
hoor ik me daar op de zolder.
Rinkeldekinkel,
wat een gerinkel,
wat een geholderdebolder!
Wie komt er alle jaren
daar weer uit Spanje varen?
Over de grote grote zee
Sint Nicolaas, hoezee!
Zwarte Piet ging uit fietsen,
toen klapte zijn band.
Hij moest toen gaan lopen,
met de fiets aan zijn hand.
Eekhoorn, eekhoorn,
met je lange staartje.
Eekhoorn, eekhoorn,
spring maar met een vaartje.
Tikke takke toome,
roetsch! In de bomen.
Visje, visje
in het water.
Visje, visje
in de kom.
Visje, visje,
kan niet praten.
Visje, visje,
draai je om.